woensdag 30 mei 2018

Mijmeringen (vervolg)

Na mijn vorige blog willen al mijn lezers (echtgenote en kinderen) natuurlijk weten hoe het is afgelopen met de verkiezingen. Heel goed; op 33 stemmen na hadden wij een extra zetel! Natuurlijk was een derde zetel mooi geweest maar wij zeggen bij de ChristenUnie altijd dat wij voor de kwaliteit gaan in plaats van voor de kwantiteit en met drie zetels wordt dat lastiger om te zeggen. Mooi dat lijsttrekker Gerrit Weening en ervaren raadslid Oebele vd Veen verder kunnen en dat ik niet langs het UWV hoef. Hoe goed het werk ook van deze organisatie, met ex-wethouders is niet veel aan te vangen. Het zijn vaak eigenwijze types die niet echt meer plooibaar zijn. Het woord betweter kan makkelijk zijn afgeleid van (bet)onnen (wet)houd(er). Erg jammer voor collega Wietze Kooistra dat hij na drie termijnen niet door kan gaan. Hij heeft zeer hard gewerkt en heel veel bereikt, vooral in het sociaal domein. De politiek is een hard vak; ook al doe je alles goed, het is nooit een garantie dat je na verkiezingen verder mag. Ook tussentijds kan bijvoorbeeld een fout van een ambtenaar de bestuurder fataal worden. Daarom is een goed samenspel tussen wethouder en ambtenaar essentieel.

Echt fantastisch om door te kunnen en te mogen. Mijn favoriete portefeuille financiën kan ik houden, net als de mooie uitdaging die duurzaamheid heet en waarin veel reuring aanwezig zal zijn de komende tijd. Nu moeten stappen worden gezet om over niet al te lange tijd als gemeente energieneutraal te worden. Recreatie en toerisme blijft ook bij mij en daar ben ik ook blij mee. Cultuur gaat naar een collega en dat is jammer, maar het is geven en nemen bij coalitie-onderhandelingen. Europa is nog niet van mij af. Het is prachtig om de kwesties in Opsterland te kunnen combineren met het werk in Brussel bij het Comité van de Regio’s. De stem van gemeenten, die veel wat in Brussel wordt bedacht moeten uitvoeren, moet luid klinken. Veel regelgeving komt van de Europese Commissie en het is erg nuttig om bij de besluitvorming aan de voordeur te zitten om daar invloed te kunnen uitoefenen. Inmiddels heb ik geleerd dat het opbouwen van een netwerk cruciaal is. Dat lukt niet in een paar jaar dus is het heel fijn om meer tijd te krijgen om het netwerk te verbreden. Om een beetje op te scheppen heb ik een foto met Donald Tusk bij dit verhaal gezet. Wie dineert er nu elk jaar met de voorzitter van de Europese Raad? Dat zijn er vast heel veel en hij dineert misschien wel 300x per jaar met Jan en alleman, maar toch blijft het leuk. Kortom ik heb er weer zin in. Een periode met nieuwe uitdagingen en hopelijk ook meer financiële ruimte om Opsterland weer net even iets mooier te maken dan het nu al is!



maandag 12 maart 2018

Mijmeringen van een wethouder


Rond de verkiezingen komt het moment dat je als wethouder extra wordt bepaald bij je toekomst. Vooral als je nog graag een periode door zou willen, zoals in mijn geval. De eerste vraag die je kunt stellen is waarom zou je verder willen? Weken van 55 tot 60 uur zijn geen uitzondering en vele doordeweekse avonden ben je niet thuis. Waardering is er nauwelijks en kritiek des te meer. Bijna wekelijks word je beoordeeld, dan door gemeenteraad, dan weer door de pers, door ambtenaren, door de fractie en/of partijbestuur en last but not least door inwoners. Als de laatste groep iets van je vindt is dat meestal heel leerzaam maar soms ook best lastig. Vooral als je niet in de positie bent om iets aan klachten of vermeend onrecht te doen. Bijvoorbeeld bij het project snippergroen heb ik dat regelmatig aan de lijve ondervonden. Ontevreden burgers veronderstellen dat je als wethouder met één pennenstreek een juridisch onderbouwd ambtelijk besluit naast je neer kunt leggen. Zelfs leden van de gemeenteraad dichten het college soms meer macht toe dan het heeft. Zeker met de dualisering is de raad veel meer in positie gebracht. “Je ziet dat wethouders het moeilijker hebben. Zij moeten op inhoud fractie en gemeenteraad overtuigen. Is er twijfel dan vliegt de wethouder eruit”, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht in Groningen en als voorzitter van de verantwoordelijke staatscommissie grondlegger van het dualisme in het lokaal bestuur.

 

Toen ik in 2010 door mijn partij werd gevraagd om wethouder te worden heb ik wel even moeten nadenken. Ik had een hele goeie baan waarin ik het prima naar mijn zin had. Kiezen voor een onzekere toekomst met minder inkomen is best een grote stap. Als je nergens over struikelt mag je het vier jaar proberen en als het mis gaat is er weliswaar wachtgeld maar ondanks alle berichten hierover in de media blijkt dat toch beduidend minder riant dan velen vaak denken. Vanuit mijn geloof weet ik dat God een plan heeft met ieders leven en dus ook met het mijne. Bidden is dan de remedie en vragen of je leiding mag ontvangen bij de keuze die je moet maken. Hij sprak door mensen heen en na 26 jaar zekerheid in vaste banen durfde ik de sprong in het diepe te wagen. Daarbij vroeg ik Hem ook om mij te helpen met mijn twijfels; zou ik wel een goede wethouder zijn? Ik heb geen spijt gehad van mijn keuze. Ik ben gezegend met een zeer plezierig en collegiaal college, een kritische maar grotendeels reële gemeenteraad, buitengewoon loyale ambtenaren en een prachtige gemeente om in te werken.

 

Het werk is heel afwisselend, zeker met mijn portefeuille waar onder andere financiën, duurzaamheid, cultuur, de gemeentelijke organisatie en recreatie en toerisme deel van uitmaken. Ook mag ik actief zijn in diverse besturen, een adviesraad, een raad van toezicht en enkele andere organen waar ik als wethouder van Opsterland uit hoofde van die functie zitting deel van mag uitmaken. Ook ben ik lid van een VNG commissie waardoor ik namens alle gemeenten ook in Brussel actief mag zijn. In de loop der jaren bouw je een prachtig netwerk op met daarin veel mensen die soms ook dichtbij je zijn komen te staan. Wat werken er voor de publieke zaak toch veel gedreven en enthousiaste bestuurders en ambtenaren! Het doet mij zeer als ik zoveel lees en hoor over kritiek op politici die worden neergezet als zakkenvullers terwijl je overigens in het bedrijfsleven vaak veel meer kunt verdienen. Zij gaan juist niet voor het geld. Ambtenaren worden wel gediskwalificeerd als technocraten terwijl ik in Brussel veel gedreven mensen ontmoet die echt begaan zijn met bijvoorbeeld het milieu of immigranten.

 

De agenda voor het komende jaar is al aardig gevuld. De vraag is alleen of je na de verkiezingen en de coalitievorming zelf naar de bijeenkomsten mag of dat je opvolger dat zal gaan doen. In recente vergaderingen met bestuurders hebben wij elkaar bij het afscheid aangegeven dat wij nog niet weten of wij er de volgende vergadering ook weer bij zullen zijn. Zo is het nu eenmaal maar het blijft raar. Het gevoel dat je na intensief werken waarbij je naar een project of plan in de toekomst werkt, plotseling alles in de steek moet laten is niet plezierig. Als je echter gelooft zou het niet moeilijk moeten zijn. Het is zo voorbestemd en uiteraard is niemand onmisbaar. Ik merk echter dat ik nog moet groeien in mijn geloof en dat het Bijbelse “geen zorgen voor de dag van morgen” de ene dag dichterbij is en de andere dag wat verder van mij afstaat. Ook al moet ik dus meer vertrouwen hebben op het goede dat Hij voor mij in petto heeft, ik vraag u als lezer toch maar op woensdag 21 maart op mij (of uiteraard op één van de andere Opsterlandse ChristenUniekandidaten) te stemmen...

donderdag 19 oktober 2017

UK in a changing EU

The UK’s departure from the EU raises two important questions from a local government perspective. First, which level of government should take over the powers coming back from the EU? And second, what should the future relationship between the UK’s local governments and devolved administrations, and those of other members states, look like?
On the question of what to do with powers coming back from Brussels, there are some interesting case studies across Europe that the UK could draw inspiration from. My own country, the Netherlands, has a decentralised system of governance: we are a unitary state, but we allow our local and regional governments autonomy to take local action and legislate as long as they do not contradict national laws. We have 12 provinces and 388 municipalities in the Netherlands and they all benefit from this principle of autonomy.
Local government are able to introduce measures adapted to the needs of their localities; in practice, this means that – for example – Dutch municipalities are allowed to decide whether they want to introduce a low emission zone for their locality as a means to reduce pollution. This autonomy principle is exactly what is championed as ‘localism’ in the UK, and is all about allowing decisions to be taken as close to citizens as possible.
When considering the role of UK local governments and devolved administrations in a post-Brexit UK, it is important to remember the current legislative powers that they have within the EU. UK local governments and devolved administrations sit on the EU’s Committee of the Regions, where they are systematically consulted on legislative proposals, and, in line with the principle of subsidiarity, can take the EU to court should it legislate in an area that should have been left at the local or regional level.
This formal role given to UK local governments and devolved administrations enables them to formally raise any concerns over EU legislation. Importantly, this is also a role that they do not formally have in the UK’s national system of governance. When the UK leaves the EU, its local governments and devolved administrations will lose access to this mechanism for consultation and safeguarding subsidiarity.
The second question – on what the future relationship between the UK’s local governments and those of other member states should look like – is one that we have been addressing at the Committee of the Regions. This EU body needs to continue to act as a platform for cooperation at the local level: many of the modern day challenges we face, ranging from radicalisation in our communities to pollution, require local action and global coordination. Things like terrorism and climate change know no borders, so we need to think about how we can work together on such issues.
It is also in the interest of our fishermen and businesses that we continue dialogue and cooperation at all levels of government. As legislation starts to diverge, we need to continue to be aware of the supply chains that our businesses on both sides of the channel depend on for their mutual success.
From a Dutch perspective, while we are sad to see the UK leaving, we are also keen to ensure that a mutually beneficial deal is struck. We are keen to ensure that our local cooperation, our business and trade relations continue. Our local and regional impact assessments as well as our national impact assessments all underline the Dutch desire to continue working closely. For example, our Dutch national parliament stressed in its report that “any restriction on free trade with Britain would inevitably be at the cost of Dutch exports, prosperity and employment,” while adding that “there’s no reason at all to allow Britain to cherry pick, but there’s also no reason to prevent Britain from receiving trade advantages.”
In the European Committee of the Regions, we have been collecting data and evidence on the UK’s exit from the EU. We embarked on this exercise following our initial meeting with the EU’s chief negotiator, Michel Barnier, in January of this year; we have also met representatives of the UK’s devolved administrations and local governments. We have explored the implications of Brexit for the remaining EU27 as well as for the UK, focusing on specific policy areas such as economic policy, territorial cohesion and fisheries. The key conclusion is that everyone wants to see the continued sharing of best practices and lessons learnt so that we can effectively address common challenges.
Currently, in the Committee of the Regions, we already work with the local and regional governments of non-EU countries. We work with US mayors on climate change and we work with some of the EU’s neighbouring countries on tackling issues like the root causes of migration. We also work with countries like Ukraine in sharing best practices in local governance, helping the country in its decentralisation reforms.
While existing models of cooperation with non-EU countries can form a basis for shaping the future UK-EU cooperation at the level of local government and devolved administrations, we should aim to build a new network through the Committee of the Regions that would not only cover climate change and migration but also areas such as economic cooperation. As Europe, we are competing against global powers and face on-going transnational challenges in our continent – be they linked to our security, environment or prosperity. Our comparative success as western nations will not depend on whether we legislate together but on how well we cooperate with each other.

vrijdag 30 december 2016

Framing en nepnieuws

Framing komt van het Engelse werkwoord to frame, wat volgens Van Dale "erin luizen, in de val laten lopen, (opzettelijk) vals beschuldigen" betekent. Zo gebruiken politici dit om een andere politicus negatief te kwalificeren. Een bekend voorbeeld komt uit de verkiezingscampagne van 2006 waarbij Jan-Peter Balkenende Wouter Bos als draaikont neerzette door te stellen: "U draait en u bent niet eerlijk". Geert Wilders doet aan framing door te betogen dat Nederland veel beter af is met minder Marokkanen. Donald Trump zet Mexicanen, die in de VS wonen weg als criminelen en zo zijn er legio voorbeelden. De remedie hiertegen kan een onderzoek zijn door journalisten of de beweringen wel juist zijn of op zijn minst moeten worden gerelativeerd. Helaas gebeurt dat maar weinig omdat tegenwoordig kranten of andere media over steeds minder middelen beschikken om het complete plaatje te schetsen en als het gebeurt blijkt er maar een beperkt kijkers-, luisteraars- of lezerspubliek te zijn dat geïnteresseerd is in de achtergronden en feiten. Tegenwoordig komt veel nieuws via een hapklare Twitter- of Facebookbrok naar ons toe en het checken van de feiten blijft vaak achterwege. Facebook werkt inmiddels met nieuwsorganisaties samen bij het factchecken omdat de stroom van onjuiste berichtgeving alleen maar toeneemt. Recent dreigde een Pakistaanse minister Israël met een kernoorlog vanwege een nepbericht. De concurrentie, met name ook op de snelheid van berichtgeving, tussen media is zo groot geworden dat deugdelijke controle regelmatig ontbreekt.  

Framing en het verspreiden van nepnieuws liggen in elkaars verlengde, net als onjuiste of onvolledige berichtgeving. Daarvan wil ik twee voorbeelden geven die mij ergeren. Het eerste gaat over de zogenaamde precariobelasting die netwerkbeheerders als Enexis, Stedin en Alliander moeten betalen aan gemeenten als men kabels, leidingen of buizen in de grond legt. Deze bedrijven hebben bij de Tweede Kamer een succesvolle lobby gevoerd om deze belasting af te schaffen. Los van het feit dat u en ik ook moeten betalen als wij gemeentegrond in gebruik willen nemen, wordt door de netwerkbeheerders betoogd dat de burgers de dupe worden van deze belasting omdat men deze doorberekent in de tarieven. De realiteit is dat bijvoorbeeld Enexis in 2015 een winst heeft behaald van 223,1 miljoen Euro en dat dit in de vorm van dividend aan provincies en gemeenten wordt uitgekeerd. De precariobelasting van enkele tientallen miljoenen is dus prima op te brengen en hooguit is er sprake van een verschuiving van inkomsten. Gemeenten steken de opbrengsten overigens weer in zaken die voor de gemeenschap nuttig en wenselijk zijn, van zorg tot wegen en van dorpsbudgetten tot zoutstrooien bij gladheid. Ondertussen vinden wij een vette kop in het Algemeen Dagblad van 29 december 2016: "Gemeenten spekken hun kas met precario: burger de dupe". Het framen van gemeenten als hongerige geldwolven draagt helaas bij aan het negatieve beeld dat burgers al van de politiek en ambtenaren hebben. 

Het tweede voorbeeld is de beeldvorming over Europa. Hoe negatief willen wij het hebben? Dat wij sinds Julius Caesar nog nooit zo'n lange periode van vrede tussen de grote landen hebben gekend wordt vaak vergeten. Er wordt alleen maar nadrukkelijk melding gemaakt van het feit dat wij meer aan de EU betalen dan ontvangen, terwijl de grote voordelen voor onze bedrijven die exporteren gemakshalve niet worden genoemd. Veel werknemers in Nederland hebben een baan dankzij het grote economische voordeel dat wij als exportland hebben. Mensen die werk hebben behoeven geen uitkering te krijgen dus dan geeft de overheid minder geld uit. Dat rekenen wij nooit mee als wordt gekeken naar de voordelen van de EU. Wij wijzen alleen op de regeltjes die uit Brussel komen terwijl daar ook nog wel wat op af te dingen valt. Neem openbaar aanbesteden als voorbeeld. Vanuit Brussel komt er een richtlijn die door alle lidstaten na lang onderhandelen is goedgekeurd. Deze richtlijn moet worden omgezet in nationale wetgeving en dan komt het. De Tweede Kamer tuigt een wet op die tot complexiteit en veel administratieve rompslomp leidt en als er kritiek van ondernemers en gemeenten komt wordt vervolgens gewezen naar Europa waar men maar "aanregelt". Een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken, maar het gaat er bij de Eurosceptici in als koek. 

In het Bijbelboek Hosea 4 vers 6 staat: "Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis". Ik wil 2017 niet negatief beginnen maar het zijn niet voor niets profetische woorden. Ik zou graag een pleidooi houden voor een website en/of een krant waarin ik nieuws lees dat is gecheckt en waarin het volledige verhaal wordt verteld met bronvermelding. Volgens mij is daar behoefte aan. Ik zou in ieder geval een abonnement nemen. Graag wens ik alle lezers een goed, gezond en gezegend 2017!        




     

zondag 21 december 2014

Dilemma's

Rond oudjaar en aan het begin van het nieuwe jaar is er vaak een moment van terugblikken en vooruitkijken. Het afgelopen jaar stond voor mijn gevoel in het teken van grotere en kleinere keuzes. Moeten wij Assad bestrijden om een machtswisseling is Syrië te bewerkstelligen of helpen wij dan IS in het zadel, wat misschien wel erger is dan de despoot van nu? Moeten wij een Palestijnse staat erkennen om een oplossing in het Midden Oosten te forceren, of helpen wij dan Hamas, een organisatie die Israël wil vernietigen? Dichterbij; mag een politicus als Wilders alles zeggen vanwege de vrijheid van meningsuiting of moeten wij een halt toeroepen aan belediging en discriminatie van bevolkingsgroepen? Heel recent; moeten wij door het opleggen van beperkingen de zorgkosten beteugelen of de vrije artsenkeuze volledig in stand houden?
Ook in de Opsterlandse politiek worden uiteraard regelmatig keuzes gemaakt. Zo werd ongeveer tien jaar geleden besloten om het Polderhoofdkanaal te heropenen. Indertijd werd niet verwacht dat dit zoveel voeten in de aarde zou hebben. Het project groeide uit van een eenvoudig infrastructureel werk tot een groot project. Meermaals moesten afwegingen worden gemaakt. Doorgaan of stoppen? Telkens alle voors en tegens afwegend, werd besloten door te zetten. Na een aantal voor het project ongunstige rechterlijke uitspraken werd besloten tot de gang naar de Raad van State. Bij de voorbereidingen is niets aan het toeval overgelaten. Daarbij werd input geleverd door alle projectpartners, door een uitstekende juriste die ons heeft vertegenwoordigd, door een jurist van het ministerie, door deskundigen op het gebied van economie en natuur, alsmede door een hoogleraar.
Tijdens de zitting in Den Haag was de wijze van overtuigen belangrijk. De filosoof Aristoteles gaf ruim 300 voor Christus al aan dat ethos, pathos en logos de ingrediënten waren voor een doeltreffende presentatie. Ethos heeft te maken met de kwalificatie van de spreker; in ons geval een gerenommeerde advocate. Pathos refereert aan emotie; de inleiding bij het begin van de behandeling die ik mocht uitspreken was hierop gebaseerd. Onontbeerlijk was daarbij de steun van de massaal meegereisde inwoners van Nij Beets en De Veenhoop. Zij leverden juist dat extra stuk passie dat overtuigingskracht heeft. Logos staat voor het logisch redeneren en voor de feiten. Het laatstgenoemde was genoegzaam verzameld en hierin was ook veel tijd en energie gestoken. Bij alle genoemde onderdelen werden zorgvuldige keuzes gemaakt, die de juiste bleken, gezien de voor ons positieve uitspraak van de Raad van State.
Er zijn in 2014 uiteraard veel meer zaken voorbijgekomen waarbij scherpe afwegingen nodig waren. Kijk alleen maar naar de bezuinigingen die nodig waren om de begroting sluitend te maken. Ook in ons persoonlijk leven lopen wij constant tegen dilemma's aan. Graag wens ik alle lezers dan ook bij het nemen van beslissingen in 2015 heel veel wijsheid toe en een goed, gezond en gezegend nieuw jaar!

donderdag 7 augustus 2014

VAN STAAT NAAR STAD




De toenemende invloed van het lokaal bestuur wereldwijd 

Zijn steden (en dorpen) inmiddels belangrijker geworden dan staten? Wereldwijd zien we dat gemeenten steeds meer en belangrijker taken krijgen. Ze staan dichterbij burgers en zijn beter dan nationale overheden toegerust tot bepaalde taken. Moeten we hier optimistisch over zijn? En zijn burgemeesters, zoals de Amerikaan Benjamin Barber onlangs prikkelend schreef, de nieuwe 'wereldleiders'?  

In Nederland worden steeds meer overheidstaken gedecentraliseerd van het rijk naar gemeenten. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is van deze ontwikkeling een bekend voorbeeld en straks worden ook de jeugdzorg, taken vanuit de AWBZ  en de participatie van mensen met een arbeidsbeperking verantwoordelijkheden van gemeenten. Deze tendens is niet typisch Nederlands; mondiaal is er sprake van een toenemende nadruk op het lokale. Samen met een vergaande urbanisatie leidt dit tot een prominente positie voor steden, waarbij nationale regeringen een deel van hun machtspositie verliezen. Dat komt mede doordat de globalisering ervoor heeft gezorgd dat invloedrijke stedennetwerken konden ontstaan. In dit artikel wordt een schets gegeven van de stedelijke ontwikkeling en de rollen van het lokaal bestuur met hieraan gelieerde (netwerk)organisaties. Daar waar staten falen zijn steden aan zet!

Historische ontwikkeling: wisselend belang van steden
In de oudheid ontstonden steden waar de politieke en militaire macht zich concentreerde. De stedelijke ontwikkeling leidde op veel plaatsen tot staatsvorming, waarbij de stad het economische en sociale middelpunt was. Toen al werd de stad gezien als een model voor de ideale samenleving met een perfecte sociale orde en ruimtelijke organisatie.[1]

In de tijd van Alexander de Grote en het Romeinse Rijk hadden de steden weinig macht. Dit veranderde na de val van het Romeinse Rijk en tijdens de opkomst van de lokale edelen in de tweede helft van de middeleeuwen. Er ontstaan machtige stadstaten, waarvan Genua, Venetië en Florence bekende voorbeelden zijn. Vanaf de 15e eeuw neemt de macht van de steden weer af door het toenemende belang van een centraal bestuur. De Franse Revolutie betekent het einde van echt sterk lokaal gezag. Burgers worden steeds meer geïntegreerd in en worden afhankelijk van natiestaten. In de tweede helft van de twintigste eeuw ontstaan zelfs welvaarts- of verzorgingsstaten. Desondanks wordt vanaf de 19e eeuw, met de komst van de Industriële Revolutie, de importantie van de steden weer steeds groter, wat te maken heeft met de verstedelijking en het overhevelen van taken van rijksoverheden naar gemeenten.

Urbanisatie en armoede
In maart 2014 meldde de Chinese staatstelevisie dat China dit jaar meer dan 1 biljoen yen (circa 120 miljard euro) zal gaan investeren in stedelijke ontwikkeling. Sloppenwijken gaan tegen de vlakte en huizen worden gebouwd. De Chinese leiders willen de urbanisatie versterken als manier om de binnenlandse consumptie te verhogen en de economische groei te versnellen.[2] Dat is niet onbegrijpelijk. Volgens de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) staat een land er qua menselijke ontwikkeling beter voor als er meer verstedelijking is.[3] In een gezamenlijk rapport dat de twee instellingen vorig jaar hebben gepresenteerd wordt geconstateerd dat verstedelijkte landen met name op het gebied van de in 2015 te bereiken VN Millenniumdoelen (MDG’s) beter presteren. Ook wordt gesteld dat van de 1,4 miljard extra inwoners die de ontwikkelingslanden tegen 2030 tegemoet kunnen zien, 96 procent in stedelijke gebieden zal wonen, wat grote kansen kan bieden als hier op een goede manier mee om wordt gegaan. Op dit moment woont wereldwijd bijna driekwart van de armen op het platteland. Wereldbank en IMF waarschuwen er echter wel voor dat een slechte planning in steden kan leiden tot meer armoede en het ontstaan van sloppenwijken, zonder voorzieningen. 

Unieke stedenstructuur Europa
Daar waar van de wereldpopulatie ongeveer de helft in steden woont, leeft in de Europese Unie (EU) momenteel circa 68 procent van de bevolking in stedelijke gebieden.[4] Naast de twee metropolen Londen en Parijs, heeft de EU een unieke policentrische structuur van grote, middelgrote en kleine steden. Zo’n 200 miljoen Europeanen wonen in steden tot 100.000 inwoners, die een belangrijke regionale functie vervullen op het gebied van diensten en voorzieningen. De ontwikkelingen laten een wisselend beeld zien. Sommige steden hebben door migratie en teruglopende geboortecijfers te maken met een krimp van de bevolking, waardoor problemen ontstaan met de schaal van het voorzieningenniveau. Andere steden hebben te maken met groei, waardoor de druk op voorzieningen wordt vergroot en een toename ontstaat van (jeugd)werkloosheid, sociale uitsluiting, verkeerscongestie en milieuvervuiling. 

Urbanisatie in Nederland
De groei van de Nederlandse bevolking is gering. In 2013 was de groei 50.000 inwoners en op 3.000 personen na kwam de groei terecht in de dertig grootste gemeenten. Sinds 2009 is de   bevolkingsgroei meer geconcentreerd in grote gemeenten wat erop duidt dat het proces van verstedelijking doorgaat, terwijl nu al ongeveer driekwart van de Nederlanders in steden of stedelijke gebieden woonachtig is. In de dertig gemeenten die per 1 januari 2014 meer dan 100.000 inwoners telden, wonen nu 6 miljoen inwoners (vijf jaar geleden waren het er nog 5,7 miljoen). De groei wordt veroorzaakt door het aantal geboortes en de migratie van jaarlijks gemiddeld 10.000 inwoners van kleinere gemeenten naar de grote steden.[5]

Steden geven burgers identiteit
Steden zijn door een verschuiving van de diensteneconomie naar een kenniseconomie en de voortgaande digitalisering van de maatschappij uitgegroeid tot de economische pijlers en banenmotoren van de EU. Innovatie en nieuwe vormen van economische bedrijvigheid vinden hun oorsprong in de stad. Steden zijn ook de broedplaatsen voor kunst, cultuur en creativiteit, waar steden en hun burgers hun identiteit aan ontlenen. Steden vormen hierdoor een belangrijke kracht van de EU in de internationale concurrentie met andere werelddelen.

Voor de inwoners is de stad vandaag meer dan een bestuurlijk afgegrensd gebied. Inwoners bewegen zich op het schaalniveau van grotere agglomeraties in een daily urban system. Om hun inwoners goed te faciliteren vormen stadsbesturen netwerken met buurgemeenten om verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening, groen en economie op een passend schaalniveau te organiseren. De samenwerking tussen stedelijke gebieden en het aangrenzende platteland is hierbij overigens cruciaal. In dit verband hebben landelijke gebieden een belangrijke rol, omdat ze de aangrenzende steden van voedsel, energie, ruimte, recreatie en natuur voorzien.

Europese stedelijke agenda
Steden worden door de Europese Unie als economische motoren beschouwd. De inzet van steden en stedelijke regio’s is cruciaal voor het realiseren van de Europa2020-strategie (afspraken op het gebied van werkgelegenheid, onderzoek en innovatie, klimaatverandering en energie, onderwijs, armoede en sociale uitsluiting) en de economische, sociale en territoriale ontwikkeling van de EU.[6] De belangrijke positie van de steden in de Europese maatschappij vormt de aanleiding voor initiatieven van de lidstaten en de Europese Commissie om een stedelijke agenda voor de EU op te stellen. Hiermee wordt recht gedaan aan de positie die steden innemen bij het realiseren van de Europese beleidsdoelstellingen en het versterken van de internationale concurrentiepositie. De toekomst van Europa wordt vormgegeven in de steden. Europees Commissaris Hahn zei in een toespraak eind 2013: “Als wij het niet voor elkaar krijgen in de steden, krijgen wij het helemaal niet voor elkaar.”[7]  

Lokaal bestuur centraal
Door de wereldwijde verstedelijking spelen lokale overheden een steeds grotere rol. De doorgaande trek naar de stad stelt bestuurders voor grote uitdagingen. Daarnaast is er in veel landen de tendens dat centrale overheden steeds meer taken overdragen naar het lokale niveau. In Nederland zijn de nu spelende decentralisaties op het gebied van zorg, werk en jeugd hier goede voorbeelden van. De relatie overheid en samenleving is echter fundamenteel aan het veranderen. Burgers worden mondiger, stellen steeds hogere eisen en zijn door een betere opleiding en de digitalisering van de maatschappij meer zelfredzaam (nieuw burgerschap). Als onderdeel van de samenleving zien overheden een verantwoordelijkheid in het agenderen van grote maatschappelijke vraagstukken als de economische crisis, demografische veranderingen en de klimaatproblematiek. Klassieke vormen van bestuur, organisatie en economie bieden geen oplossingen meer voor deze problemen. De overheid kan door de omvang van de uitdagingen, krimpende budgetten en de complexiteit van zaken niet alles zelf meer opvangen. 

In aansluiting op de bewegingen in de samenleving trekt de overheid zich op sommige beleidsterreinen terug en geeft ruimte aan initiatieven van burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen op stads- of wijkniveau. De organisatie van de stad wordt daardoor gedragen door meer partijen dan alleen het stadsbestuur. In deze participatiemaatschappij agendeert de lokale overheid maatschappelijke vraagstukken, stelt de wettelijke kaders, faciliteert lokale initiatieven en steunt waar nodig lokale partners. De uitdaging hierbij is wel om alle burgers in de nieuwe maatschappij te laten meedoen, op dit moment in het bijzonder jongeren en migranten, om een tweedeling te voorkomen. De stad als ‘machine’ voor sociale integratie en het bieden van een emancipatieladder voor haar inwoners, vormen twee van de belangrijkste functies van de moderne stad.

Internationale netwerken
Veel steden kennen van oudsher stedenbanden. Rotterdam en Shanghai zijn sinds 1979 zustersteden. Het zijn beide steden met een uitgestrekt havengebied en een constante stroom van goederen en grondstoffen verbindt beide havens. Ook zijn er contacten tussen de beide universiteiten in de steden, de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de Fundan Universiteit in Shanghai. Daarnaast wordt er samengewerkt op het gebied van onder andere sport, stedenbouw, volkshuisvesting, infrastructuur en milieu.   
De partnersteden kunnen samenwerken op verschillende gebieden zoals economie, cultuur en/of wetenschap. Door politieke bezwaren of bezuinigingen willen steeds meer gemeenten van hun relaties met buitenlandse gemeenten af.[8] Toch zien steden en stedelijke gebieden wel degelijk de voordelen van samenwerking, maar dan wel op een andere schaal. Door bredere samenwerkingsverbanden kunnen (politieke) platforms worden geschapen, die op gelijkwaardig niveau met landsregeringen of bijvoorbeeld Europese instellingen kunnen onderhandelen. Hiervoor zijn internationale netwerken van steden opgericht.
Belangrijke netwerken zijn de United Cities and Local Governments (UCLG), waarvan de leden zich in meer dan 120 landen bevinden, de Council of European Municipalities and Regions (CEMR), waar via de aangesloten verenigingen 100.000 gemeenten lid van zijn, de ICLEI als netwerk van lokale overheden die zich inzetten voor duurzame ontwikkeling en nog vele andere netwerken als Eurocities, Energy Cities, Eurotowns, Citynet en City Protocol. Nederland speelt een prominente rol in de diverse gremia; zo is de burgemeester van Almere en voorzitter van de VNG, Annemarie Jorritsma, vice-voorzitter van de UCLG en voorzitter van de CEMR. 

Gemeenten helpen gemeenten
Sommige stedenbanden zijn ooit aangegaan met het oog op het bieden van hulp door kennisdeling. In ontwikkelingslanden staan lokale overheden soms eerst voor de meer basale taak om te zorgen voor schoon drinkwater, riolering, eigendomsregistratie van land of huis en steun bij het opzetten van een bedrijf. Daar waar sprake is van een gebrek aan kennis en efficiency wordt ook steeds meer ondersteuning geboden via internationale netwerken. Zo voert bijvoorbeeld sinds 1991 de Vereniging van Nederlandse Gemeenten via VNG International programma’s uit, zoals LGCP/Versterkt Lokaal Bestuur, die de capaciteitsopbouw van lokale overheden in ontwikkelingslanden steunen. Met beter functionerende bestuurders kan een duurzame lokale economie worden gerealiseerd. Daarbij wordt een koppeling gelegd met het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Lokale overheden zorgen voor stabiliteit en dragen bij aan de opbouw van de staat op lokaal niveau. Door gebruik te maken van de beschikbare expertise bij gemeenten is sprake van een zogenaamde 'collega tot collega'-methode, die  zeer effectief en efficiënt is. De gemeentelijke expertise wordt in nauw overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Nederlandse ambassades en de gemeenten ter beschikking gesteld. Bij rampen wordt soms op programmabasis door de VNG met gemeenten hulp geboden. Op 12 januari 2010, werd Haïti getroffen door een allesverwoestende aardbeving. Vlak na daarna startte VNG International als gastdeelnemer van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), en met steun van een vijftigtal Nederlandse gemeenten,  een programma gericht op gemeentelijke wederopbouw, dat tot en met 2014 duurt.

Steden als wereldredders
Vorig jaar werd de Nederlandse vertaling van een interessant en prikkelend boek over dit thema van  de  Amerikaanse filosoof Benjamin Barber gepubliceerd getiteld Als burgemeesters zouden regeren. Hij schrijft dat alleen steden de wereld kunnen redden en dat zij dat eigenlijk al doen.[9] Steden zijn leidend in de wereld en burgemeesters mogen zich daarnaar gedragen. Barber stelt dat staten niet in staat zijn om de mondiale problemen het hoofd te bieden. Van de recessie tot illegaal wapenbezit, de oplossingen komen niet van regeringen, maar van steden, die de bakermat vormen van de democratie. Als er één overheid is die de problemen kan oplossen is het de gemeente. Daar waar de natiestaat (een 17e eeuws instituut dat problemen uit de 21e eeuw moet oplossen) hopeloos faalt, komen gemeentebestuurders in de ogen van Barber heel ver omdat zij simpelweg uitgaan van de problemen in hun stad en zoeken naar praktische oplossingen daarvoor. Wars van ideologieën, pragmatisch en innovatief (Barber laat de fundamentele verschillen van inzicht die zich lokaal ook voordoen gemakshalve buiten beschouwing). 

Burgemeesters als wereldleiders
Barber kenschetst de burgemeester als held van het verhaal, als “iemand met een sterke persoonlijkheid gekenmerkt door trots en humor, met een pragmatische benadering van bestuur, persoonlijke betrokkenheid in stedelijke aangelegenheden en gehechtheid aan de stad als een unieke entiteit”. In het boek worden elf beroemde burgemeesters ten tonele gevoerd die één mening delen: “getting things done” is belangrijker dan het hanteren van ideologische principes. De burgemeesters staan overigens volgens Barber zeker niet alleen; de internationale stedennetwerken worden door hem grote mogelijkheden toegedicht. Zo wordt de in het kader genoemde UCLG door hem genoemd als ’s werelds grootste en invloedrijkste organisatie waar niemand ooit van heeft gehoord. 

De uitwisseling van best practices en het eenzijdig doorvoeren van maatregelen, zoals op het gebied van milieu, gaan Barber niet ver genoeg. Hij roept op tot de vorming van een wereldparlement van burgemeesters, waarin ruimdenkende burgemeesters de wereldwijde problemen kunnen bespreken en van een lokale oplossing kunnen voorzien. De vraag die de benadering van Barber oproept is of het pragmatisme hier niet doorslaat. Zijn politieke keuzes immers niet per definitie waardegeladen? Kan de ChristenUnie, die als één van de partijen die haar politieke opvattingen fundeert op het Woord van God, zich wel vinden in besluiten van vermeende 'ontkleurde' bestuurders? Barber geeft als voorbeeld het verschaffen van onderwijs en zorg aan illegale kinderen. Het lijkt, met in het achterhoofd de recente discussie over kinderen die net buiten het kinderpardon vallen, niet eenvoudig om dit zonder enige ideologische keuze te realiseren.

Conclusie
Momenteel wordt nog vaak veel waarde gehecht aan staten en landen. We zien echter dat in de 21e eeuw, zowel in Nederland als mondiaal, steden en stedelijke gebieden de oplossingen bieden voor de grote problemen. Bovendien vinden ze meer aansluiting bij de burgers. Barber schetst met een wat naïef enthousiasme een heldenrol voor burgemeesters. Daarbij gaat hij voorbij aan het gegeven dat  politieke keuzes nooit neutraal zijn, maar hij signaleert terecht dat het lokale steeds belangrijker wordt in deze tijd, vaak ten koste van het nationale. 


[1] Benedictus, R.J., Verstedelijking in de 19e eeuw (IsGeschiedenis.nl 2013)
[2] ‘China investeert miljarden in urbanisatie’, De Beurs.nl (16 maart 2014)
[3] World Bank and International Monetary Fund, Global Monitoring Report (2013)
[4] Eurostat, City Statistics-Urban Audit (Luxemburg 2013)
[5] CBS (23 april 2014)
[6] Europese Commissie, Steden van morgen. Uitdagingen, visies, werkwijzen (oktober 2011)
[7] Hahn, J, Hervorming van het regionaal beleid: een versterkte rol voor Europese steden (speech/13/1062)
[8] Rijken, K., 'Stedenbanden dupe van crisis' (in: Binnenlands Bestuur augustus 2013)
[9] Barber, B., If mayors ruled the world (Yale University Press 2013)

zondag 9 februari 2014

HOERA IN EN VOOR DE HOEVE!



Het is gelukt om bijna een kwartier langer te speechen dan 33 uur en 46 minuten, de tijdsduur die momenteel te boek staat als Guinness World Record marathonspeechen op naam van dr. Pothula Srinivasa Brahmanand. Vrijdagmorgen de 7e februari zette Arie Slob om 09.00 uur de klok in werking en op zaterdagavond om 21.45 uur schakelde Piet Adema deze weer uit.  Met aftrek van de toegestane pauzes, vijf minuten na elk vol uur speechen, kwam de totale speechtijd uit op 33 uur 59 minuten en 59 seconden.  Dat is dus een verbetering van de wereldrecordtijd met bijna een kwartier. Alle benodigde informatie, waaronder de opname van de gehele marathon, zal worden opgestuurd naar de Guinness organisatie, die na controle zal vaststellen of het record officieel erkend kan worden.

Hoe dan ook, het doel is bereikt! Aandacht vragen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen en geld bijeenbrengen voor de Ronald McDonald Hoeve in Beetsterzwaag. Heel veel bedrijven, instellingen en particulieren hebben bijgedragen, zowel financieel als in natura om de recordpoging te laten slagen en daarmee het prachtige goede doel te steunen. Dat is geweldig want hiermee kunnen veel kinderen met een vaak ernstige beperking genieten van een heerlijke vakantie in de Hoeve, die voor het grootste deel afhankelijk is van giften.

Het was heel erg leuk om te doen, maar soms ook wel zwaar. Rond zes uur zaterdagmorgen was er sprake van een dipje en de laatste twee uur waren niet makkelijk. Dan is de support, die je van heel veel kanten ontvangt, van heel groot belang. Dan gaat het om de toeschouwers in de Hoeve, waarvan sommigen urenlang fysiek aanwezig zijn geweest en om de grote hoeveelheid steunbetuigingen via de social media.   

Als dan na bijna 34 uur zuivere speechtijd (Piet Adema stopte de klok één seconde eerder dan gepland, maar hij is nu eenmaal een snelle denker en doener…) de ontlading komt, voelt het raar. Het lichaam is moe, maar de adrenaline helpt om hier overheen te komen. De felicitaties zijn zo hartelijk en warm, dat je daar verlegen onder wordt. De belangstelling is groter dan verwacht en als je dan wordt gevraagd om daarna op Radio 1 iets over de recordpoging te zeggen, krijg je pas een idee hoeveel  interesse er blijkt te zijn voor de speechmarathon. Tijdens het speechen ontgaat zelfs je directe omgeving je grotendeels en gedurende de pauze is er nauwelijks tijd voor een snelle hap en toiletbezoek.

Via de mail, twitter, facebook en Linkedin heb ik honderden steunbetuigingen vanuit het hele land gekregen. Het lukt mij niet om iedereen apart te bedanken hiervoor, maar weet dat ik ze allemaal heb gelezen en dat het hartverwarmend is om te merken dat er met je wordt meegeleefd. Ook het aantal felicitaties is groot. Superleuk!

Deze actie was onmogelijk geweest als er geen steun was geweest van een heel team. Ik ben heel veel dank verschuldigd aan een groot aantal personen, die ik hieronder zal noemen. Speciaal wil ik echter de directie, medewerkers en vrijwilligers van de Ronald McDonald Hoeve noemen, die geweldig hebben geholpen en gastvrijheid hebben geboden. Mijn echtgenote bedank ik in het bijzonder voor het waken over mijn welzijn, het tolereren van mijn nukken en haar grote inzet voor het welslagen.

Hieronder een overzicht van alle sponsors, ondersteuners en andere betrokkenen die hebben meegeholpen. Het is niet compleet en als ik iemand ben vergeten, mijn excuses.  Het waren twee geweldige dagen, maar als iemand mijn tijd verbetert, zal ik het toch niet overdoen J!

Sponsoren al of niet met ingestuurde speeches:

DC Taleninstituut Drachten

LDODK Gorredijk

Lutz Jacobi, Tweede Kamerlid PvdA

ChristenUnie Statenfractie

Interfurn Winschoten

Interfit Winschoten

Kompas Financieel Advies Ureterp

Autobedrijf Willem Baron B.V. Ureterp

Kunstweekend Beetsterzwaag

New Generation Hairstyling Ureterp

Hielke de Vries, fractievoorzitter VVD

Oeds de Vries

Rinze Haisma, raadslid VVD

Marcel van Opzeeland, raadslid Opsterlands Belang

Tineke Jagersma, fractievoorzitter CDA Opsterland

Kijlstra Ambulancegroep & Personenvervoer Drachten

Paard Mens Onderwijs/Mennen voor Mensen Drachten

ZuidOostZorg Drachten

Sûnenz Grachten

Gezondheids Expertise & Educatiecentrum Friesland (GEEF) Leeuwarden

Sport Fryslân Heerenveen

Roel Vogelzang, lijsttrekker PvdA

Anne-Wil Lucas, Tweede Kamerlid VVD

Heipaal Communicatie Groningen

Noordelijk Advies Bureau (NAB) Akkrum

Noordelijk Schade Taxatie Bureau (NSTB) Akkrum

Notariskantoor Kooi Beetsterzwaag

Festival 3-16 Ureterp

ChristenUnie Opsterland

Ateliers Majeur Gorredijk

Willem Jongsma Timmerwerk Ureterp

Trendkappers Ureterp

Romke de Jong, fractievoorzitter D’66

Bibliotheken Zuidoost Fryslân

Meijer Dakbedekking Ureterp

Maatman Arc Bermo Accountants Wolvega, Nieuwehorne, Drachten

Autobedrijf Wagenaar Ureterp

Cultbee Beetsterzwaag

Weusthuis en Partners

De Friesland Zorgverzekeraar Leeuwarden

Metanoia Drachten

Gerrit Weening, fractievoorzitter ChristenUnie

Bouwbedrijf De Jong Langezwaag

Vraagelkaar

Camping De Wâldsang Bakkeveen

Jonkman Expertise Ureterp

Nieuw Allardsoog Bakkeveen

Jan Leidekker Beetsterzwaag

Sander de Rouwe, Tweede Kamerlid CDA

Revalidatie Friesland Beetsterzwaag

McDonald’s Sneek en Harlingen

Sikke en Hammie Marinus Nij Beets

Zorgboerderij De Ripen Nij Beets

Adviesnet Drachten

Elsbeth en Arie Zwaan Drachten

Patricia Post Wijnjewoude

Enkele anonieme giften

Sponsoren catering:

Restaurant Prins Heerlijck Beetsterzwaag

De Jong’s Cafetaria Beetsterzwaag

Pannenkoekrestaurant Baboeshka Beetsterzwaag

Zalencentrum De Buorskip Beetsterzwaag

Hotel Restaurant Het Witte Huis Olterterp

Landgoed Lauswolt Beetsterzwaag

Lyf’s restaurant Beetsterzwaag

Peter Léon wijn en spijs Beetsterzwaag

Kaasspecialiteitenwinkel Tsiis Beetsterzwaag

De Bakkers van Verloop Beetsterzwaag

McDonald’s Restaurant AzevenZuid

C1000 Berkenbosch Beetsterzwaag

Sponsoren techniek:

MediaPower Ureterp

Smart Camels Groningen

Overige ondersteuning:

Eskea, Nynke, Rolinka en Elisabeth catering en gastvrouwen

Baukje, Jan Marten, Anne, Oebele, Gerrit, Jouke Jan, Johannes campagneteam en fractie

Raquel organisatie speeches

Richard logboek en tijdwaarneming

Marc en Piet juryleden

Speciale dank aan Arie Slob, Piet Adema en Job Jonkman